Het Orgel

orgel

Het orgel stond symbool voor de katholieke extravagantie en maakte de individuele christenen monddood, zo meende hij. Maar in de Nederlanden waren er ook voorstanders van het orgel, onder wie Constantijn Huygens. Vanaf het midden van de zeventiende eeuw introduceerden steeds meer Nederlandse kerken een orgel in de erediensten. De eerste orgels hadden geen registers waarmee rijen pijpen in- en uitgeschakeld kunnen worden.

Een Verplaatsbaar Houten Orgel, Waarom Is Het Niet Eerder Bedacht?

Het orgel is een blaasinstrument dat zijn oorsprong heeft in de fluit. In de loop der tijd evolueerde het door kleine aanpassingen tot zijn huidige vorm. De syrinx of panfluit lijkt door zijn aaneengeschakelde pijpen met vaste lengtes al een beetje op een orgelfront. De oplossing bestond uit een aantal pijpjes op een langwerpige doos, met aan de zijkant een mondstuk om de pijpen aan te kunnen blazen.

Deze zorgt dat de balgen gevuld blijven met orgelwind, waardoor we afscheid konden nemen van de orgeltrapper of calcant. Het stemmen van orgelpijpen

Die centrale plaats in de eredienst zal het orgel innemen tot ca. In diverse protestantse kerken, met name van behoudende gereformeerde signatuur, staat het orgel nog steeds centraal in de eredienst. Reformatoren als Johannes Calvijn en Huldrych Zwingli stonden kritisch tegenover het orgel. Calvijn schreef over orgels als ‘sirene van de duivel’.

Het orgel ontwikkelde zich naar een hoogtepunt, dat bereikt werd in het midden van de 18e eeuw. Hierna werd er voortdurend geprobeerd het orgel te verbeteren en aan te passen aan de eisen van de tijd en veranderende smaak. Vooral de komst van het industriƫle tijdperk is van grote invloed geweest. In onze tijd zijn we weer teruggekeerd naar de bouwwijze van het orgel in deze periode van bloei van het mechanische orgel. Het belangrijkste dat wij uit onze huidige tijd hebben toegevoegd, is de elektrische windmachine.

Historie Van Het Van Dam Orgel Uit 1899

Variatie in klankkleur of -sterkte was dus niet mogelijk. Om toch aan de wens van afwisseling tegemoet te komen, bouwde men achter de speler een tweede orgel, dat rugpositief genoemd werd. Ook werd er wel een tweede orgel boven het eerste opgesteld, het bovenwerk. Om meer speelmogelijkheden voor de handen over te houden, werden de baspijpen met de voeten bespeeld: het pedaal, uitgevonden omstreeks 1470.
https://www.noorlanderorgels.com/hauptwerk/